Threy (24): “Het is moeilijk om te bepalen wat je waard bent”

“Vroeger had ik baantjes bij Albert Heijn en de paintball, maar op een gegeven moment was ik het zat om voor een ander te werken. Ik begon met het vormgeven van posters en flyers, en nu ontwerp en bouw ik websites. Het rolt allemaal vanzelf, ik denk dat dat komt doordat ik altijd gemotiveerd ben geweest om dingen te doen die ik leuk vind.

De drempel om een bedrijf te starten en je te registreren bij de Kamer van Koophandel lijkt misschien hoog, maar het valt best mee. Ik dacht: als zoveel andere mensen dit doen, dan kan ik het ook heus wel. Wat ik moeilijker vond, is bepalen wat je waard bent. Hoeveel vraag je per uur? Mensen proberen altijd het onderste uit de kan te halen. Het liefst hebben ze natuurlijk een gratis website. Maar ik merk dat wie wat meer betaalt, mijn werk serieuzer neemt en het meer waardeert.

Je kunt me een hosselaar noemen, maar dan wel een creatieve


Ik was al vroeg bezig met het bedenken van manieren om geld te verdienen. Op mijn veertiende zag ik iemand op Koninginnedag shirtjes bedrukken en dacht meteen: dat is leuk, en het levert nog wat op ook! Het jaar erna deed ik hetzelfde, met groot succes. Naast het ontwerpen en maken van websites verdien ik geld met advertenties op pornowebsites. Dat klinkt misschien gek, maar het betaalt lekker. Wat mijn familie daarvan vindt? Haha, ik moet zeggen dat ik hen niet heel gedetailleerd heb verteld over deze werkzaamheden.

Je kunt me een hosselaar noemen, maar dan wel een creatieve. Geld is fijn, maar creatief bezig zijn vind ik het belangrijkst. Ik heb een tijdje samengewerkt met de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) aan een interactieve kaart van onontplofte explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Veel mensen weten niet dat er in ons land nog duizenden onontplofte explosieven zijn. De interactieve kaart maakt het voor gemeenten makkelijker om een risicoanalyse te maken en de explosieven onschadelijk te maken. In de toekomst zou ik nog vaker technologie en design willen combineren om stedelijke omgevingen slimmer en interactiever te maken.”